Posts tonen met het label Uit de archieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uit de archieven. Alle posts tonen

dinsdag 7 augustus 2012

Hanewinckel met pensioen?


Alle brieven van de eerste reis van Hanewinckel zijn gepubliceerd. Gaat hij nu met blogpensioen? Nee hoor, dat niet. Maar in zijn archief zitten wel stukken aangaande dat andere pensioen.

Kennelijk heeft Stephanus nog even getwijfeld of de hoogte van zijn pensioen wel klopte. Boven de brief die hij hierover in 1857 ontving, staat met potlood namelijk een staartdeling (op de scan nauwelijks te zien overigens).

Of hij bezwaar heeft gemaakt, is niet bekend. Wel dat hij volgens R.G. Graad van Roggen uit Nijmegen een bedrag van 125 gulden en 26,5 cent ontvangt.

Bron: collectie Hanewinckel, inv.nr. 61

dinsdag 31 juli 2012

Een muntje en een knoop


Er zijn heel wat brieven van en aan Stephanus Hanewinckel bewaard gebleven in het archief. Verrassend is om tussen de stapels papier twee tastbare zaken aan te treffen: een koperen muntje (boven) en (hoewel slecht waarneembaar in de lak) een afdruk van een soldatenknoop (links).

Ze zaten bij brieven van ene heer Van Batenburg, een verzamelaar in Maastricht. Het muntje wordt omschreven als “kopere duit”of “kruitzer” en zit als het ware 'opgesloten' in een stukje papier. Op een klein briefje is gelukkig wel een toelichting geschreven, bijvoorbeeld over de wapens die op het muntje staan afgebeeld.

Bron: collectie Hanewinckel, inv.nr. 44

dinsdag 10 juli 2012

Gedichten van de kinderen


Waar zowel vader als moeder regelmatig dichten, bljiven ook de kinderen Hanewinckel niet achter. In sierlijke letters schrijven hun “liefhebbende” kinderen hun verhaal. Bovenop deze stapel ligt een klein blaadje, waarschijnlijk geschreven door moeder en ondertekend door twee kinderen die het schrijven nog niet zo heel lang onder de knie hebben (let ook op de verkleinwoorden die ze zelf achter hun naam plaatsen).

Deez dag doet onze vreugd ten hoogsten toppunt stijgen
Daar uw geboorte stond papaatje lief verjaart;
Laat ’s Hemels gunst uw ’t Heil door ons gewenscht verkrijgen
Dan blijft gij lange nog tot ons geluk gespaart

Mientje Chrisje

Bron: collectie Hanewinckel, in.nr. 27

dinsdag 19 juni 2012

Geen verjaardag zonder gedicht

Klik om te vergroten
Gezien de flinke stapel is het duidelijk dat er behoorlijk wat werd geschreven in het gezin Hanewinckel. Geen verjaardag zonder gedicht, zo lijkt het in ieder geval. Vaak zijn meerdere kantjes volgepend in een net handschrift. Voor de verjaardag van zijn “hartelijk geliefde Echtgenoote, den 28 maart 1821” schrijft Stephanus:

Wij wenschen U, bij uw verjaren,
Geluk, veel zegen, zeer veel goed
Wij danken God die uwe dagen
Verlengde met een blij gemoed
Hij make steeds uw levensstijl
Van zorg en angst geheel bevrijd!!

Leef lang voorspoedig, leef gelukkig
Aan mijne zijde, dierbre Gaê!
Geniet nog lang des hemels zegen
Met uwe kind’ren als mama!
Wordt onze wensch in bêe verhoord
Dan leeft Ge altijd tevreden voort.

Bron: Collectie Hanewinckel, inv.nr. 22, gedichten (7) van S. Hanewinckel voor zijn echtgenote voor haar verjaardagen, alsmede dankdichten (2) voor haar cadeau’s voor zijn verjaardag, 1808-1822.

dinsdag 8 mei 2012

Een vroeg Noord-Brabants Volkslied

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Noord-Brabant geen eigen volkslied? In de collectie Hanewinckel vind je twee blaadjes met een dappere poging om onze provincie al in vroege tijden aan een volkslied te helpen.

Ze lijken vrijwel identiek, de twee blaadjes waarop de tekst is geschreven. Maar bij de één houdt de tekst abrupt op omdat er een stuk van het blad is geknipt. Het lied zelf is een lofzang – uiteraard – op Noord-Brabant (“Hier vind ik al wat ik behoef, zelfs meer dan ik begeer”) maar ook op de noeste arbeid:

Ja! Werken dat is zaligheid,
Wie ook van arbeid vlied,
Ik niet – o nee! Ik werk met lust,
Ik schuw den arbeid niet

Bron: Collectie Hanewinckel, inv.nr. 45, Noord-Brabants volkslied (wijze: Wien Neerlands bloed...)

dinsdag 13 maart 2012

Een bijbels verhaal... in het Meierijs

De verloren zoon...
Soms zitten in hetzelfde mapje twee totaal verschillende stukken...

In de eerste aantekening uit inventarisnummer 32 in zijn archiefcollectie beschrijft Stephanus Hanewinckel het verhaal van de verloren zoon in het Meierijs dialect. Hierdoor tref je zinnen aan als: "Jen zeeker mens ha tweeje zeuns. En de jongste van heur zee toe de vajer..."

Achter deze aantekening zit vervolgens een aandoenlijk briefje over de "begrafenis van wijle Mevrouw Hanewinckel-van Schmidt auf Altenstadt", van 22 oktober 1855. Ogenschijnlijk koel is opgetekend wie de dragers moeten zijn (de meid, de knecht) en wat een en ander gaat kosten. Inclusief doodskleed en baar en draagloon komt dat neer op 40 gulden en 90 cent.

Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten.

dinsdag 14 februari 2012

Wandelen door ansichten


De verslagen in boekvorm van Hanewinckels reizen door de Meierij zijn geïllustreerd met enkele mooie 'ansichtkaarten'. Een aantal van deze plaatjes is terug te vinden in de archiefcollectie, die bewaard wordt op het BHIC.

Het zijn prachtige kleine pentekeningen, met daarop beelden uit verschillende stadjes en dorpen. De poorten in Grave (de Maas-, Ham- en Brugpoort) zijn bijvoorbeeld keurig in beeld gebracht. Maar ook een dorpsgezicht van Beugen waarop we – behalve de kerk aan de horizon – ook een wat gezette heer, een kind met hoedje en twee honden zien. En dat allemaal op een plaatje dat kleiner is dan een ansichtkaart.

Er zitten ook enkele tekeningen bij, gemaakt met Oostindische inkt, waarbij de plaatsnamen niet staan vermeld maar die een indruk geven van het rustieke leven uit de achttiende eeuw.

Bron: tekeningen (deels gedrukt), afbeeldingen voor het boek van Hanewinckel, alsmede aantekeningen over de paginering, circa 1800 (collectie Hanewinckel, inv.nr. 14)

donderdag 9 februari 2012

Latijnse Scholen in Noord-Brabant rond 1800

Hanewinckel gaat in de vijftiende brief, deel 6 wat dieper in op het onderwijs aan de zogenaamde Latijnse Scholen. Hij is daar niet erg positief over, vooral niet over de scholen (hoe kan het ook anders) onder katholieke leiding : “(…) zo slecht als het Latijn in de roomse scholen onderwezen wordt, dat tart iedere verbeelding.

Maar Hanewinckel geeft ook aan hoe het naar zijn idee anders zou kunnen: “Mij lijkt dat men in onze scholen de leergierigheid wat meer zou mogen prikkelen. Het hele onderwijs zou de jeugd meer moeten vermaken en meer ingericht moeten worden naar het begripsvermogen van de jongeren.

In hoeverre klopt het beeld dat onze dominee schetst? We hebben daarvoor een andere bron. In 1815 werd mr. H. Wijnbeek aangesteld als “Inspecteur der Latijnsche Scholen” in Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Utrecht. Tussen 1817 en 1849 schreef hij negen rapporten over de onderwijssituatie. Over de Brabantse Latijnse Scholen is zijn oordeel niet mals. Zijn visie sluit dan ook naadloos aan bij die van Hanewinckel.

De scholen bevinden zich qua onderwijs “in een zeer achterlijke staat”. Er wordt alleen Latijn gegeven (de rijksoverheid had inmiddels ook andere vakken verplicht gesteld, zoals Grieks, geschiedenis en aardrijkskunde). De onderwijsmethode leek “opzettelijk uitgedacht om het aanleren van die taal zo moeilijk en vervelend mogelijk te maken.” De docenten verbeeldden zich intussen echter dat hun lesmethode de hoogste graad van volmaaktheid had bereikt.

Wijnbeek zag dat anders: “het ontwikkelen van de verstandelijke vermogens van de leerling, zijn geest met nuttige vaardigheden te verrijken, hem gevoel bij te brengen voor het krachtige en schone der oude schrijvers, dat alles ontbreekt hier over het algemeen.” En het gebruikte leerboek, de grammatica van Simon Verepaeus (overigens begraven in de Bossche Sint-Jan), was ook niet bepaald actueel. Dat stamde nog uit 1560 (en werd nog in 1864 in Bergen op Zoom herdrukt)!

Zo tegen 1850 is de inspecteur veel positiever over de ontwikkelingen. Op een enkele plaats staat er nog wel een “eigenzinnig warhoofd” les te geven, maar met de nieuwe generatie docenten gaat het uiteindelijk de goede kant op.

De verslagen van Wijnbeek zijn gepubliceerd in twee artikelen:
- J.L.M. de Lepper, “De Latijnse Scholen van Noord-Brabant in de negentiende eeuw” In: Brabantia 3 (1954) p. 241-299, en
- R. Reinsma, “De Latijnse Scholen van Noord-Brabant in de negentiende eeuw”. In: Varia Historica Brabantia IV (1975), p. 307-313.

dinsdag 17 januari 2012

'K wil de minste ook niet weezen

Klik voor een vergroting

Het schrijven zit het gezin Hanewinckel kennelijk in het bloed. Niet alleen Stephanus neemt de pen ter hand, ook zijn vrouw en zijn kinderen. Zijn echtgenote rijmt met een stevige knipoog:

“K wil den minste ook niet weezen
Op den verjaardag van mijn Man;
k zou het daarom eens proberen,
of ik ook wat rijmen kan”
“Kom dan vrolijk maar begonnen,
Kunstig kan het tog het zijn,
Statig dat is ook niet nodig
Bij een stevig glaasje wijn”

(...)

“Gelijk dit glas neemt aan de kleuren,
Van het vogt dat het bevat,
moet ik als gij bedroeft zijt treuren
Juichen wanneer gij vrolijk bent

(...)

Laat het genoeg zijn met deez menschen
Vult het glas, en leeg de kan;
Vrolijk zijn hier alle menschen,
Leef lange nog mijn lieve Man

Alida ondertekent met de wat raadselachtige tekst: "Ik kom nu wel wat agter na maar ben tog uw Vrouw."

Bron: gedicht "'k wil de minste ook niet weezen" door Alida (von Schmidt auf Altenstadt) op de verjaardag van haar man, circa 1800 (collectie Hanewinckel, inv.nr. 13)

donderdag 29 december 2011

Huwelijkswensch


Ook bij een huwelijk mag uiteraard een vers niet ontbreken, net zo min als de lof aan God (en heel zijn engelenschaar). Onderstaand gedicht is van de hand van J.G.W. von Schmidt, ter gelegenheid van het huwelijk van zijn zuster met Stephanus Hanewinckel:

Ik hoop dat met dees huwlijksband
Eerst door dees Aarde en dan naar booven
U God zal voeren door zijn hand
Om daar dan Zijnen naam te looven

Dat ook gij zacht en teder Paar
Gezeegend zijt op al uw wegen
En dat Gods groote Engelschaar
U nooit verlaat al’ t u gaat tegen/al gaat ’t u tegen

Ook wensch ik u uit al mijn Hart
Dat gij moogt Saamen Houden
Uw Gulde Bruiloft zonder smart
En tijd volbrengen zoude

Maar schoon dit vaars vol Fouten is
Meugt gij voor waarheid denke
Dat ik voor zeker en gewis
U dit uit Liefde schenke

Bron: gedicht “Huwelijkswensch” door J.G.W. von Schmidt opgedragen "aan mijne zuster C. van Schmidt auf Altenstads en mijn broeder S. Hanewinckel" te Rixtel, 21 oktober 1789 (collectie Hanewinckel, inv.nr. 8)

dinsdag 22 november 2011

'k Ben smoorelijk verliefd op bloemen


Naar aanleiding van de ansichtkaartenactie kregen op vrijdag 28 oktober en zaterdag 5 november ongeveer dertig mensen een speciale Hanewinckel-rondleiding voorgeschoteld. Tijdens de rondleiding vertelden archivarissen van het BHIC over de geschiedenis van de prachtige Citadel, lieten ze de depots zien waar alle archiefstukken worden bewaard en toonden ze enkele topstukken uit de collectie.

En natuurlijk was er ook aandacht voor de collectie van Stephanus Hanewinckel zelf. Enkele bijzondere archiefstukken stonden extra in de schijnwerper. De komende tijd zullen we die archiefstukken op deze weblog de revue laten passeren. Waar haalde Stephanus bijvoorbeeld al die mooie citaten vandaan, die regelmatig zijn brieven illustreren? Simpel: uit een boekje!

Filosofische gedachten
"Wie kent het menschlijk hart? Voor mij – IK KEN HET NIET!" Een hartenkreet uit het kleine boekje, volgeschreven in een keurig, klein handschrift. Filosofische gedachten, gedeeltelijk in het Duits. "Wilst du die Menschen recht kennen, So muszt du sehen wie Sie handeln." Van J. G. Zimmermann, staat er dan netjes achter geschreven en dubbel onderstreept. En als laatste uit dit bundeltje dat waarschijnlijk wel honderd van dergelijke gedachten en gedichten bevat:

'k Ben smoorelijk verliefd op bloemen:
'k Bemin met drift het vrije land:
'k Zal steeds een roosje fraaijer noemen,
Dan de allerschoonste diamant

Bron: register van filosofische gedachten en levenswijsheden met vermelding van literatuurbron, quartoformaat, c. 1795 (inv.nr. 7)

donderdag 27 oktober 2011

De stamboom van Stephanus


Een paar dagen geleden zocht collega Martien Veekens al uit hoe hij gerelateerd is aan Stephanus Hanewinckel. Maar hoe ziet de stamboom van Stephanus er zelf uit? Om op die vraag een antwoord te vinden, heeft Martien bestaande genealogische aantekeningen over de genealogie van Stephanus Hanewinckel verzameld en bovendien nieuw onderzoek verricht.

Het resultaat kun je op deze weblog vinden. Klik maar op de afbeelding voor een vergroting!

Je ziet in het midden Stephanus zelf te staan, met rechts naast hem zijn vrouw en daaronder hun veertien (!) kinderen. Zelf kwam hij trouwens ook uit een groot gezien: vader en moeder Hanewinckel hadden naast Stephanus nog vijf broertjes en vijf zusjes te voeden. En grootvader Hanewinckel en zijn vrouw kregen maarliefst zestien kinderen in totaal.

Natuurlijk is het blad niet compleet, maar al met al geeft het een aardig beeld van de familie Hanewinckel-von Schmidt auf Altenstadt.

dinsdag 25 oktober 2011

Hoe ben jij familie van Hanewinckel?

Geneagram (klik voor een vergroting)
Voor genealogen lijkt het soms een sport: uitpluizen hoe je gerelateerd bent aan beroemdheden uit het verleden. Martien Veekens, studiezaalmedewerker van het BHIC, dook in de genealogie van Stephanus Hanewinckel en ondertussen puzzelde hij de relatie tussen Hanewinckels genealogie en die van hemzelf bij elkaar. Het resultaat zie je door op de afbeelding te klikken, zodat je hem vergroot.

Geneagram
De afbeelding toont een geneagram. Dat is een overzicht waaruit de gemeenschappelijke afstamming van twee of meer personen blijkt. In dit geval dus van Stephanus Hanewinckel en onze collega Martien Veekens. Met een geneagram kun je bijvoorbeeld een gemeenschappelijke begaafdheid of een bepaald beroep weergeven. Denk aan het aantonen van een gemeenschappelijke afstamming met een beroemde schilder of een begaafd zeevaarder. Maar soms gaat het gewoon om het aantonen van je verwantschap met een beroemdheid.

In dit geval gaat die afstamming zelfs dubbel op, want er zijn maarliefst twee gemeenschappelijke voorouders. Kijk maar eens mee!

Martien Veekens, BHIC
Het is níet m'n broer...
Allereerst is er Lambrecht Millinck van Gerwen. Diens gelijknamige zoon trouwt Geertruid van Doerne en samen krijgen ze kinderen, waaronder wederom een zoon genaamd Lambrecht Millinck van Gerwen, en een dochter genaamd Anna Millinck van Gerwen.

Lambrecht trouwt Adriana van Honselaer en vanaf dit echtpaar kun je de lijn volgen naar Martien. Anna trouwt, na een eerder huwelijk, uiteindelijk Cornelis Proening van Deventer en vanaf dit echtpaar kun je de lijn volgen naar Stephanus Hanewinckel.

Maar volg je de lijnen vanaf enerzijds Adriana van Honselaer en anderzijds vanaf Cornelis Proening van Deventer terug, dan kom je uiteindelijk uit bij nóg een gemeenschappelijke voorouder van Martien en Stephanus: Gerard Proening van Deventer.

Het is wat puzzelen, maar dan heb je ook wat: je bent 'familie' van een beroemdheid!

En die genealogie van Hanewinckel? Die volgt de volgende keer!

donderdag 25 augustus 2011

Het inpikken van de kerk in Oerle

In de zevende brief, deel 4 vertelt Hanewinckel over de manier waarop in de zomer van 1798 de katholieken in Oerle het kerkgebouw dat de gereformeerden gebruikten 'genaast' (ingepikt) hebben. Het was een fraai staaltje van intimidatie, volksverlakkerij, dweepzucht van een klein groepje en ritueel geweld van de kant van enkele katholieke dorpelingen.

Dat hele gedoe heeft dan ook een flink pak papier opgeleverd in de vorm van een uitgebreid dossier in het archief van de Raad van Brabant (toegangsnr. 19, inv.nr. 1249.471). De hele zaak is namelijk diepgaand onderzocht. Overigens bevat ditzelfde archief nog meer van dit soort dossiers (bijvoorbeeld inv.nrs. 1249.469 en 1294) over andere plaatsen in Noord-Brabant.

Het Oerlese dossier bevat allerlei getuigenverklaringen en verslagen van verhoren van de betrokkenen door twee onderzoekers van de Raad. En dat levert het beeld op dat Hanewinckel wel degelijk reden had voor zijn afkeer van de Meierijse katholieken.

Het verhoor van de belangrijkste 'dader', de president-schepen Jan van Sambeek, is vooral interessant door de overeenkomst met allerlei parlementaire enquêtes of hearings van het Amerikaanse Congres, die we de laatste jaren gezien hebben. Veel van zijn antwoorden op de gestelde vragen komen neer op: "Dat kan ik me niet herinneren; daar weet ik niets van; ik heb geen idee wie daarvoor opdracht heeft gegeven" of varianten daarvan.

Over de werkelijke gang van zaken doen andere verklaringen, zoals van de dominee, de schoolmeester en de gerechtsbode, maar ook van katholieke dorpelingen die er slechts zijdelings bij betrokken waren, een pittig boekje open. Pikant detail overigens: een van de getuigen, de gerechtsbode van Oerle, was Theodorus Hanewinckel, een neef van 'onze' Stephanus!

In Theodorus' getuigenverklaring wordt bijvoorbeeld gesproken over de stank en de jenever, waarover Stephanus in zijn brief schreef:

Met genoemde Collenburg [een inwoner van Oerle] heb ik opnieuw gesproken op 30 juni van dit jaar. Toen heeft hij mij verteld dat hij in de genoemde kerk was geweest en daar zo’n hevige stank heeft geroken, dat het voor niemand in de kerk was uit te houden. Daarop is hij een halve kan jenever gaan halen, die hij met nog enkele andere personen die ook in de kerk aanwezig waren, ter verfrissing buiten op het kerkhof heeft uitgedronken.

donderdag 17 februari 2011

Een familie vol dominees


Onze Stephanus Hanewinckel was zeker niet de eerste dominee in de familie. Zo werd hij in 1790 nota bene door zijn eigen vader bevestigd als predikant in Bakel. Maar ook vóór die tijd kende de familie Hanewinckel al dominees.

Zo vonden we bij toeval bovenstaande vermelding in het archief van de classis van Peel- en Kempenland (klik op de afbeelding om hem te vergroten). Een classis is een regionale vergadering binnen een protestants kerkgenootschap, met afgevaardigden van iedere kerk uit het classisgebied.

Op 24 september 1709 werd er ook vergaderd en in artikel 22 van het aktenboek (vergaderverslag) stuiten we op de vermelding van ene Hanewinckel, predikant in Gemert:

Ds Hanewinckel, predicant tot Gemert, stelt voor bij geleegentheit van de commissie naar Den Haag, weegens de sake van Geldrop, waartoe Dominee Pauwels en Dominee Kuijpers zijn afgesondert, niet en souden konnen worden bij Haar Edele Mogenden eenigh gelt besolliciteeren tot het kopen van kerckboeken ende andere ornamenten, waaraan sijn eerwaarde groot gebrek klaagde te hebben. De vergadering dit in overweging neemende, heeft het als billijk goetgekeurt, en het DD. Dep. voorn. aanbevolen.

Met andere woorden: een aantal afgevaardigden van de classis gaat binnenkort op bezoek bij de Raad van State in Den Haag. Hanewinckel vraagt zich af, of die delegatie dan niet meteen wat extra geld los kan peuteren voor kerkboeken en andere versierselen. Daaraan heeft hij namelijk een groot gebrek. De afvaardiging wil tegenover de Raad zeker een goed woordje voor Hanewinckel doen.

Of het ze ook echt is gelukt om extra geld te krijgen, vergt nader onderzoek. Het antwoord is vast verderop te vinden in het aktenboek.

Bron: Classis Peel- en Kempenland 1651-1960 (toegangsnr. 257), aktenboek 1708-1720 (inv.nr. 2)