Posts tonen met het label Waalwijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Waalwijk. Alle posts tonen

donderdag 13 september 2012

Het mooie dorp Waalwijk

Verschillende afschriften van het Waalwijkse stadsrecht uit 1303. De
originele akte ging hoogstwaarschijnlijk bij een stadsbrand in 1824 verloren
(Foto: Christian van der Ven/Gemeentearchief Waalwijk)

Tweede brief, deel 2

Waalwijk is een aanzienlijk en mooi dorp, dat in het jaar 1203* van Hertog Jan II stadsrechten heeft ontvangen. Het dorp heeft een goede haven en er wordt veel handel gedreven, vooral in zout, dat men uit Dordrecht haalt en dat door de hele Meierij getransporteerd wordt onder de naam van Waalwijks zout. Er ligt hier een bestrate weg, dat is wel iets bijzonders voor een Meierijs dorp. De kerk is een ruim en luchtig gebouw. De toren staat midden op de viering en kan dus, zoals je allicht begrijpt, niet zwaar zijn.

In het jaar 1454 werd hier een nonnenklooster gebouwd, dat bekend stond onder de naam Nazareth, maar daar is tegenwoordig geen spoor meer van over. Als iets opmerkelijks mag ik daar aan toevoegen, dat je hier in dit dorp geen stukje grond vindt of het draagt vruchten, terwijl andere dorpen daarentegen veel onbebouwde stukken hebben, vooral ongecultiveerde heidegronden.

Zo, dat is alles wat ik op dit moment van dit dorp weet, en om je er meer van te vertellen dan ik weet, dat zou een grote kunst zijn. Er overkwam me verder niets bijzonders.

Onder geleerden is het bekend dat er in vroeger tijden door de roomsen een boekje bij elkaar gedicht is, puur uit haat, onder de titel Stigma Calvini. Dit boekje wordt tot de zeldzame werken gerekend, en men kan het alleen maar voor een zeer hoge prijs verkrijgen. Dat komt doordat de roomsen, die zich over dit vuile lastergeschrift schaamden, geprobeerd hebben het te verdonkeremanen, omdat het hun tot grote schande strekt.**

*) Hier zit Hanewinckel er een eeuwtje naast... Waalwijk heeft pas in 1303 stadsrechten ontvangen
**) Zie onder andere P. Nieuwland, Letterkundige Verlustigingen, Eerste deel, blz. 219

dinsdag 11 september 2012

Vroeg opstaan, dat is goed

Centrum van Drunen rond 1908 (foto: SALHA)

Tweede brief, deel 1

Geliefde vriend S….!

Ik ben nu al in Loon op Zand, mijn vriend! Je had vast niet gedacht dat ik al zo ver zou zijn. En wie weet waar ik al ben, als je deze brief ontvangt. Ik verliet Heusden bij het openen van de poort, want ik hou ervan om op reis vroeg in de kleren te zijn. Mevrouw Chapone zegt - en zij is hierover goed geïnformeerd: “vroeg opstaan, een goede tijdsindeling maken en zich daar standvastig aan houden, maakt een wezenlijk onderdeel uit van een goede huishouding.”* Daar druk ik mijn stempel van goedkeuring op, maar voeg er nog aan toe: “en is een noodzakelijke voorwaarde op reis.” Ziedaar een lesje voor iedereen, en vooral voor de wandelende reiziger!

Zoals ik al zei, ging ik dus vroeg uit Heusden weg, met ongeveer dezelfde uitrusting als vorig jaar, behalve dat ik mijn geliefde Ossian verwisseld had voor de werken van Croneck en Kleist. Ik koos mijn route niet richting Waalwijk, zoals ik eerst van plan was geweest, maar wandelde naar Drunen.

Drunen, dat in vroeger tijden Oven, Uden of Haven geheten zou hebben, is op zichzelf niet een mooi dorp. Maar wat deze plaatst aangenaam maakt, is dat men hier dagelijks, als men wat nieuwsgierig is uitgevallen, veel nieuws (leugens zowel als de waarheid) kan horen, omdat er iedere dag post uit Holland en uit Den Bosch en Breda aankomt. Dat maakt het nogal levendig hier.

Ik liep wat door het dorp om het te bekijken, genoot er rustig mijn middagmaal en hoorde verder niets bijzonders. Men treft hier een mooi kasteel aan en een matige kerk, die bepaald niet tot de prachtige gebouwen gerekend mag worden. Dat is het. In de namiddag wandelde ik naar Waalwijk, waar ik enkele dagen ben gebleven.

* Brieven ter verbetering van het gemoed, 8ste brief, bladz. 139

donderdag 6 september 2012

Op weg over de Hoge Maasdijk

Hoge Maasdijk nabij Heusden (foto Jan van der Straaten)

Eerste brief, deel 2

Intussen ergerde me dat ontzettend, want ik zie niet graag dat iemand, wie hij of zij ook is, oneerbiedig te werk gaat bij het bidden. Dat vind ik nog erger dan een publieke bespotting van het weldadige Opperwezen. Omdat die dronken, biddende begijn of non mij zo irriteerde en de rest van het gezelschap mij evenmin aanstond, liet ik me in Gorinchem afzetten en ging ik met een bootje naar Sleeuwijk. Vandaar wandelde ik langs Woudrichem over de Maasdijk naar Heusden, waar ik mij nu bevind. Ik ga je over deze stad niets vertellen. Met geen woord zal ik erover reppen, want hij behoort niet tot de Meierij. Daarom ga ik aan alles wat Heusden betreft stilzwijgend voorbij.

Ik moet je alleen dit nog zeggen, dat ik vandaag tijdens mijn wandeling nog hier en daar de akelige resten zag van de vreselijke watersnood van de afgelopen winter. Waarlijk een treurige aanblik voor iedere sterveling die het geluk van zijn soortgenoten ter harte gaat!

Deze nacht zal ik hier doorbrengen en morgenvroeg ga ik dan verder, vermoedelijk naar Waalwijk. Ik heb deze enkele woorden vanmiddag nog geschreven, omdat de post morgen van hier vertrekt. Dan heb je tenminste snel genoeg bericht van mij en weet je dat ik al aan de wandel ben. Je bent er nu dus ook van op de hoogte dat je van tijd tot tijd brieven van mij kunt verwachten.

Leef wel, gelukkig en tevreden! Denk af en toe aan jouw wandelende vriend, en wees ervan verzekerd dat onze vriendschapsband des te sterker zal worden aangehaald, naarmate ik me verder van je verwijder. Juist daarom mag ik met alle recht en reden ondertekenen met, en mij noemen, jouw getrouwe
Vriend.