Posts tonen met het label Loon op Zand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Loon op Zand. Alle posts tonen

donderdag 20 september 2012

In Loon op Zand

Loonse duinen nabij Loon op Zand (bron: collectie RAT, nr. 70660)

Tweede brief, deel 4

Nu iets over Loon op Zand. Het draagt die naam vanwege de grote hoeveelheid zandduinen en bergen die er vlak bij liggen. Ook wordt het wel eens Venloon of Veenloon genoemd, naar de venen die men hier aantreft. In het jaar 1737 brandde dit dorp bijna totaal af, maar het werd weer helemaal opgebouwd en herrees uit zijn as, zodat je niets meer van die verwoesting bemerkt.

Dit dorp is ook de plaats waar De Bréauté overnachtte en waar hij te biecht ging (omdat hij rooms was) en een mis liet lezen, voordat hij aan het bekende gevecht met Gerard Abrahamsz of Lekkerbeetje op de Vughtse hei begon.

Je vindt hier een grote kerk met een hoge toren. Er ligt ook een fraai kasteel van de heer en er zijn mooie bossen. Men houdt Loon op Zand wel voor de beste en welvarendste heerlijkheden van de Meierij. Ook hier gebeurde me niets opmerkenswaardig. Ik verlaat dus dit dorp binnenkort en ga dan naar… ja, ik weet het zelf eigenlijk nog niet. Mijn volgende brief zal het je wel vermelden en dan hoop ik je ook meer belangrijke zaken te kunnen vertellen, naast wat nieuws, als ik dat tegenkom. Maar veel nieuws is zelden wat goeds, zoals men hier in de Meierij zegt. Ik ben en blijf altijd geheel de

Jouwe.

dinsdag 18 september 2012

De zwavelkramers van Kaatsheuvel

Hoofdstraat in Kaatsheuvel in 1917 (foto: collectie RAT, nr. 56481)

Tweede brief, deel 3

Toch wordt de leugen, dat Calvijn te Noyon in Frankrijk gebrandmerkt zou zijn, het gewone volk nog steeds in handen gestopt, en ook nog eens door alle roomsen in de Meierij geloofd. Bij toeval kreeg ik hier het Leven van Tijl Uilenspiegel in handen. Ik bladerde er doorheen en vond er tussen nog veel meer leugens, waar een roomse overigens evenveel geloof aan hecht als aan het evangelie, het volgende: Uilenspiegel kwam eens bij de paus. Deze vroeg hem of hij de lijken van Luther en Calvijn wel uit elkaar zou kunnen houden, mochten die twee ooit opgegraven worden. Hij gaf ten antwoord dat hij Calvijn goed zou herkennen aan het brandmerk op zijn rug.

Wat vind je van zo’n schaamteloze leugen, die men het domme volk als zuivere waarheid op de mouw spelt? Onder de roomsen in de Meierij is ook een spreekwoord gangbaar dat ik de kinderen langs de straat wel eens heb horen schreeuwen:

Jan Calvijn is in de hel;
Dat weten alle geuzen wel.

Ik ging vervolgens via Kaatsheuvel, een gehucht dat eigenlijk onder Loon op Zand hoort, naar dit laatstgenoemde dorp. Op de Kaatsheuvel wonen veel zwavelkramers, die overal heen zwerven met een mand vol zwavelstokken op hun rug voor de verkoop. Het is een miserabele handel, maar toch verdienen ze er de kost mee, want als ze iets verkopen, bedelen ze altijd om nog wat eten op de koop toe en dat wordt hun zelden geweigerd.

Als je ergens een zwavelkramer tegenkomt, en je vraagt hem of hij soms op de Kaatsheuvel woont, dan zegt hij altijd: “Nee! Maar in Loon op Zand.” Wat hiervoor de reden is, weet ik niet, of het moest zijn dat ze zich schamen, aangezien de inwoners van dit gehucht bij de Meierijenaars niet de naam hebben de allerbesten of allereerlijksten te zijn. Maar ik kan u verzekeren, dat zij even goed zijn als wie dan ook in de Meierij. Mij is er tenminste niets overkomen.

dinsdag 11 september 2012

Vroeg opstaan, dat is goed

Centrum van Drunen rond 1908 (foto: SALHA)

Tweede brief, deel 1

Geliefde vriend S….!

Ik ben nu al in Loon op Zand, mijn vriend! Je had vast niet gedacht dat ik al zo ver zou zijn. En wie weet waar ik al ben, als je deze brief ontvangt. Ik verliet Heusden bij het openen van de poort, want ik hou ervan om op reis vroeg in de kleren te zijn. Mevrouw Chapone zegt - en zij is hierover goed geïnformeerd: “vroeg opstaan, een goede tijdsindeling maken en zich daar standvastig aan houden, maakt een wezenlijk onderdeel uit van een goede huishouding.”* Daar druk ik mijn stempel van goedkeuring op, maar voeg er nog aan toe: “en is een noodzakelijke voorwaarde op reis.” Ziedaar een lesje voor iedereen, en vooral voor de wandelende reiziger!

Zoals ik al zei, ging ik dus vroeg uit Heusden weg, met ongeveer dezelfde uitrusting als vorig jaar, behalve dat ik mijn geliefde Ossian verwisseld had voor de werken van Croneck en Kleist. Ik koos mijn route niet richting Waalwijk, zoals ik eerst van plan was geweest, maar wandelde naar Drunen.

Drunen, dat in vroeger tijden Oven, Uden of Haven geheten zou hebben, is op zichzelf niet een mooi dorp. Maar wat deze plaatst aangenaam maakt, is dat men hier dagelijks, als men wat nieuwsgierig is uitgevallen, veel nieuws (leugens zowel als de waarheid) kan horen, omdat er iedere dag post uit Holland en uit Den Bosch en Breda aankomt. Dat maakt het nogal levendig hier.

Ik liep wat door het dorp om het te bekijken, genoot er rustig mijn middagmaal en hoorde verder niets bijzonders. Men treft hier een mooi kasteel aan en een matige kerk, die bepaald niet tot de prachtige gebouwen gerekend mag worden. Dat is het. In de namiddag wandelde ik naar Waalwijk, waar ik enkele dagen ben gebleven.

* Brieven ter verbetering van het gemoed, 8ste brief, bladz. 139