Posts tonen met het label Eersel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eersel. Alle posts tonen

donderdag 29 november 2012

Dor en onvruchtbaar is het hier

Plattegrond van Duizel en Steensel in de 'Atlas van Kuyper' (bron: RHCe, nr. 55278)

Zesde brief, deel 2

Toen ik in Eersel was, bezocht ik ook het kleine dorpje Duizel. Behalve een steen- en pannenbakkerij is hier niets bijzonders. Ten oosten van Eersel ligt Steensel, ook al zo’n klein plaatsje, dat men gewoonlijk voor het exacte middelpunt van Kempenland houdt, maar of dat ook waar is, weet ik niet; ik heb het niet uitgemeten. De toren van Steensel is een zwaar gebouw, maar met een kleine spits. De bodem is daar, net als in het grootste deel van Kempenland, zeer zandig, dor en onvruchtbaar. De granen groeien er daarom niet hoog of weelderig en je vind er bijna geen onkruid op de akkers.

Men vertelde mij dat de rogge die in dit dorpje groeit, altijd één stuiver per vat (een bepaalde inhoudsmaat) meer waard is dan de rogge uit andere dorpen, omdat hij veel zuiverder is, zonder zaad van onkruid. Als het Meierijsche spreekwoord Wie niet mest, die mist érgens op waarheid berust, dan is het wel in Steensel, want als hier geen mest op het land zou worden gebracht, dan geloof ik niet dat er ook maar iets zou groeien, zo schraal en onvruchtbaar ziet de aarde er hier uit.

dinsdag 27 november 2012

Een heilige Linde in Eersel

Tekening van de kapel-raadhuis in Eersel (bron: collectie RHCe, nr. 23645)

Zesde brief, deel 1

Hooggeachte vriend!

Ik heb ook Eersel gezien. Het is een mooi dorp, keurig bebouwd. De kerk die vrij groot en fris is, staat een flink eind van het dorp af. De toren ervan is ooit op het dak van de kerk gevallen, waardoor dat instortte. Dat gebeurde in het jaar 1709.

Midden in het dorp staat een kapel, die tegenwoordig als raadhuis wordt gebruikt. Toen in 1581 de graaf van Mansfeld het stadje Eindhoven belegerde, werd dit dorp door zijn leger leeggeplunderd en platgebrand. Nauwelijks hadden de inwoners deze oorlogsramp doorstaan, of de pest sloeg geweldig onder hen toe en doodde ruim de helft van hen.

Niet ver hiervandaan ontspringt het snelstromende riviertje de Run, dat de weilanden die erlangs liggen vruchtbaar maakt.

Ik moet je ook niet vergeten te vertellen dat niet ver van de kerk, te midden van de akkers, een zogenaamde heilige lindeboom staat, waar de roomsen naar toe gaan om hun Onzevaders en Weesgegroetjes te prevelen, terwijl ze er op hun knieën omheen kruipen. Hoeveel van die oude, verblinde heidenen kom je hier dus eigenlijk wel niet tegen? Die verrichtten toch ook onder gewijde bomen hun godsdienstige rituelen?-!!

Toen ik een paar roomsen vroeg of deze boom nu heiliger was dan andere, schaamden zij zich om ja te zeggen. En toen ik hun de vragen voorlegde of dit soort gebeden, onder die boom uitgesproken, meer zou bereiken bij God of juist bij de heiligen, en waar toch die ingebeelde heiligheid uit voortkwam, zwegen ze doodstil. Ik zag echter tot mijn spijt (ik had er ook beter aan gedaan te zwijgen), dat deze vragen hen met geweldige schaamte, met spijt en met nijd vervulden. Daarom betreurde ik mijn nieuwsgierigheid, want ik geef niet graag iemand stof tot aanstoot of ergernis, maar ja, mijn berouw kwam te laat.

donderdag 22 november 2012

Heilige eik in Oirschot en klompen

Bedevaartsvaantje (bron: Brabant Collectie)

Vijfde brief, deel 6

Dan nog dit: deze kerk zou precies op de plek gesticht zijn waarop vroeger een huis gestaan heeft, waarin een zekere heilige, Odulphus genaamd, geboren zou zijn. Dat was al reden genoeg om zo’n heilige kerk niet in handen van de geuzen te laten, want dat zou zeker een hele zware doodzonde geweest zijn.

Nadat ik hier alles bekeken had, keerde ik terug, bijna langs dezelfde weg als waarlangs ik naar Oirschot was gekomen, behalve dat ik nu over Middelbeers en Westelbeers, en daarna over Hapert ging, om weer behouden in Bladel aan te komen. Morgen - of anders overmorgen - wandel ik naar Eersel. Daar blijf ik dan misschien wel weer een paar dagen, maar misschien ook niet, dat zal afhangen van hoe het mij daar bevalt. Denk intussen aan je, jou altijd liefhebbende, vriend.

Naschrift: ik vergat je nog te melden dat in Oirschot ook nog een heilige Boom is, waarheen men tegenwoordig drukke bedevaarten houdt, omdat hier vanouds een wonderbaarlijk beeld zou hebben gestaan, dat men Onze Lieve Vrouw onder de Heilige Eik noemde. Tijdens dit uitstapje las ik in een herberg deze tekst onder een beeltenis van Maria: “dit is een authentieke afbeelding van ’t Miraculeus Beeldeken, op 1 juni 1642 opgesteld in het kapelletje van Kevelaer”. Is dat nu niet precies bedoeld om de mensen te bedriegen?

Toen ik het in deze brief over de klompenmakers van Best had, herinnerde ik mij dat men in de Meierij klompen voor een zeer gezonde dracht houdt, en ik geloof dat men daarin gelijk heeft. Men heeft daarover hier ook het volgende spreekwoord: “al wie wil worden oud, steke zijn voeten vroeg in het hout”. Daarmee wil men te kennen geven, dat men reeds in zijn vroege jeugd moet beginnen met het dragen van houten klompen, als men oud wil worden.