Posts tonen met het label Moergestel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Moergestel. Alle posts tonen

donderdag 18 oktober 2012

Gesprek met een onbekende heer

Vierde brief, deel 3

Zodra ik gegeten had, verliet ik de vereerders van Sint Everlijn. Ik spande mijn apostelpaarden in om daarop naar Tilburg te rijden, maar ik was nog niet ver op pad, of ik werd ingehaald door een rijtuig dat met twee paarden was bespannen. Er zat een heer in dat rijtuig, die mij, zodra we elkaar begroet hadden, vroeg of hij mij een plaatsje mocht aanbieden, omdat hij toch ruimte genoeg had. Ik nam dit vriendelijke aanbod meteen aan en ging naast hem zitten. Eerst spraken we over ditjes en datjes, vervolgens vertelde ik hem over het doel van mijn reis. Ten slotte bracht ik het gesprek op de roomse inwoners van de Meierij en er ontspon zich in grote lijnen de volgende discussie tussen ons:

De onbekende: u kunt niet geloven wat een bijgelovigheid, haat en dweepzucht, en domheid zich onder de roomsen voordoet. Ik belijd zelf de hervormde godsdienst, maar hoewel die religie mij de liefde tegenover iedereen leert, kan ik toch geen warme gevoelens meer koesteren voor een roomsgezinde, hoe graag ik ook zou willen. Mijn hele hart komt daartegen in opstand. Als mens moet ik hem vanwege zijn gedrag haten, als christen moet ik hem beklagen.

Ik: dat lijkt me heel goed mogelijk, want u zult er ongetwijfeld goede redenen voor hebben.

De onbekende: zeer zeker! Maar het is niet uit eigenbelang en niet uit speciale opvattingen dat ik daartoe gekomen ben. Ik leef ambteloos en verlang ook niet naar een functie. Als ik zuinig ben, kan ik leven van wat ik bezit, en waarom zou ik dan iets begeren wat niet alleen met zorg en moeite vergezeld gaat, maar nog een ander aspect heeft dat mij tegen de borst stuit. Dat is namelijk dat een hervormde, ook al is hij zo deugdzaam als een engel en zo verstandig als een Salomon, op dit moment in de Meierij geen enkel ambt kan verkrijgen, tenzij hij diep door het stof kruipt, en dat zal ik nooit doen.

Ik: dat prijs ik in u. Een kruiperig karakter vind ik iets afschuwelijks.

dinsdag 16 oktober 2012

Rooms gedoe met heiligen

Beeldje van Sint Ermelindis
(Foto: P.J. Margry)
Vierde brief, deel 2

Zoals ik al zei, verliet ik Oisterwijk in de vroege ochtend en wandelde ik via Heukelom, waar ik niets opmerkelijks zag behalve een watermolen op het riviertje de Lei, naar Moergestel, een dorp aan de Nemer. Hier at ik, om na het middagmaal mijn reis voort te zetten naar Tilburg.

In Moergestel staat een fraaie kerk met toren. Er werd hier vroeger, en zonder enige twijfel ook nu nog, door de roomsen een onbekende heilige vereerd, die je, ook volgens de roomsen zelf, in geen enkele almanak, legende of martelaarsboek zult kunnen vinden. Zijn naam is Everlinus of Everlina, want men weet niet eens of het een man of een vrouw is geweest. Ik zou hem dus liever Sint Onbekend of in het Latijn S. Ignotus noemen, dat klinkt nog wat heiliger. Het gaat de belijders van de roomse religie erom toch maar niemand te vergeten, zoals ook de Atheners dat deden, door aan een Onbekende God wierook toe te zwaaien en voor hem offerdieren te slachten. De Atheners richtten een altaar op voor een hun onbekende godheid en de roomsen vieren het feest van Allerheiligen, dan vergeten zij ook niemand. Wat is wijzer?

Hier moet ik nog aan toevoegen dat je het woord gestel, dat vaker achter de naam van Meierijsche dorpen wordt gevoegd, niet moet uitspreken, zoals iedere Hollander dat vast zou doen als ge-stel, maar als ges-tel. Maar dit terzijde.

donderdag 23 februari 2012

Opnieuw bijgeloof tussen Oirschot en Moergestel

Zestiende brief, deel 3

De weg die ik moest begaan, was behoorlijk eenzaam. Slechts een enkele man uit Oirschot die ook naar Moergestel ging, volgde dezelfde route als ik. Ik sprak met hem en leidde ons gesprek naar die onderwerpen waarover ik graag wat wilde weten. Hij bevredigde gedeeltelijk mijn nieuwsgierigheid door mij te vertellen over vele zaken die het bijgeloof betroffen.

Sommige dingen kwamen mij erg bespottelijk voor, anderen weer volledig ongegrond, maar bovenal liet hij zijn haat tegen de protestanten doorschemeren, zodra hij daar maar de geringste aanleiding toe meende te zien.

Ik kwam dus op deze wandeling van Tilburg en terug niets tegen dat ook maar iets opleverde voor jou, behalve dat ik overal blijken van het domste bijgeloof aantrof en van verfoeilijke ontevredenheid, omdat men meende bedrogen te zijn. Want als de wens van de meierijenaars nu sinds een jaar of drie in vervulling was gegaan, dan zou de roomse godsdienst nergens met meer pracht uitgeoefend worden dan door hen. Ja, dan waren alle protestanten in de Meierij inmiddels al uitgeroeid. Hun naam was al lang van de aardbodem verdwenen, en zelfs was er dan een vreselijke banvloek uitgesproken over iedereen die het maar zou durven de naam “geus” uit te spreken.

Laat mij nu jouw brief en de vragen die daarin staan zo goed als ik kan beantwoorden. Ik heb in alle dorpen waar ik geweest ben zoveel mogelijk de denk- en levenswijze van de meierijenaars bestudeerd.

dinsdag 21 februari 2012

Het wonderschone Oirschot

Zestiende brief, deel 2

Nadat ik Bladel verlaten had, wandelde ik door enkele kleine en armzalige dorpjes, waar ik niet stil bleef staan, omdat ik er niets opmerkelijks zag. Deze streek is wel de dorste en armste regio van de Meierij, tenminste zo kwam het mij voor. Na door deze plaatsjes gewandeld te zijn (ik zal je de namen ervan besparen, want daar heb je toch niets aan), kwam ik tenslotte aan in Oirschot.

Daar ontrolde zich een geheel ander toneel. Een prachtig dorp, dat zeer uitgestrekt is, overal beplant met allerlei soorten bomen en houtgewas, wat dus zeer mooie wandeldreven opleverde. Het dorp praalt met een van de mooiste kerken van de Meierij en de toren is, ook zonder spits, de hoogste die men in de Meierij kan vinden. De schoonheid van de architectuur doet evenmin voor weinig andere torens onder.

Het kasteel van dit dorp ligt zeer aangenaam bij het riviertje de Beerze. Men treft er een kapel aan, die men tegenwoordig gebruikt om er op marktdagen boter te wegen. De wandelingen die ik hier maakte, bevielen me uitstekend. Ik zou hier graag langer dan een dag of twee zijn gebleven om alles nauwkeurig te bekijken, maar dat kon niet. Deels omdat de tijd die ik aan mijn reis kon besteden langzaamaan aan het verstrijken was; deels omdat mij ook hier de haat, de dweepzucht en de bijgelovige fantasieën die ik hier moest aanzien en aanhoren, enorm irriteerden.

Ik ging daarom, na een dag of twee hier verbleven te hebben, via het dorp Moergestel weer terug naar het aanzienlijke Tilburg.