Vijfde brief, deel 4
Mijn vriend! Ik mag niet vergeten hieraan het volgende toe te voegen. In het jaar 1798 keerde de molenaar van Hoogeloon zich af van de roomse godsdienst en ging over tot die van de hervormden. Waarschijnlijk deed hij deze stap uit overtuiging en geenszins uit eigenbelang, want hij was een man, ook volgens getuigenis van de roomsen zelf, op wiens gedrag niets aan te merken viel. Hij was bovendien behoorlijk gefortuneerd en hij heeft alles achtergelaten, omdat hij zich niet meer veilig voelde in de Meierij. Als ik het goed heb onthouden, leeft hij nu als molenaarsknecht in Overijssel.
Hoezeer zouden de hervormden zich hierop kunnen beroemen, als zij net zoveel prijs zouden stellen op het maken van bekeerlingen als de roomsen doen. Een braaf man verlaat alles: zijn moeder, broeders en zusters, in één woord, alles wat hij bezit; stelt zich bloot aan haat en vervolging en omhelst de leer van een kerk die op dit moment volledig in de verdrukking zit. Wat een hemelsbreed verschil tussen deze overgang en die van de beruchte Frans Voorhout in Alkmaar!* Zou pastoor P. Schouten wel zoveel drukte hebben gemaakt, en zoveel water vuil, als dit geval aan hem en anderen bekend zou zijn geweest? Vast en zeker niet! Het verschil is te groot.
Vessem is evenmin een mooi dorp. Men treft er slechts een middelmatige kerk aan en een hoge spits op de toren daarvan. Hier hebben tegenwoordig de roomsen de kerk van de hervormden in bezit, maar die laatsten vieren nu hun diensten in de kerk van de eersten. Dat komt op mij behoorlijk broederlijk over en zeker moet zo’n manier van doen jouw goedkeuring meer wegdragen dan die in andere dorpen.
Wintelre en Oostelbeers zijn niet veel bijzonders. Hier dacht ik deze brief te besluiten, maar het regenachtige weer weerhoudt me om nu naar buiten te gaan. Ik zal dus maar doorschrijven en daarom nu iets zeggen over Oirschot, hoewel ik je vorig jaar al enigszins heb laten kennismaken met dit dorp. De kerk is heel mooi, vooral de toren. Die komt, zowel in vorm als in stijl, heel erg overeen met de Grote Kerk in Rotterdam. De kerk van dit dorp is tegenwoordig ook in handen van de roomsgezinden, die hierin trouwens erg min hebben gehandeld.
*) Dat gebeurde op 10 september 1797. Lees het hele verhaal
Posts tonen met het label Oostelbeers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oostelbeers. Alle posts tonen
donderdag 15 november 2012
Het lot van bekeerlingen
Meer lezen:
Brief 5 (reis 2),
Brieven (reis 2),
Hoogeloon,
Oirschot,
Oostelbeers,
Reis 2,
Vessem,
Wintelre
dinsdag 13 november 2012
Heiligen en hun taakjes en wat Romeinse geschiedenis
Vijfde brief, deel 3
Tijdens mijn verblijf van enige dagen in Hilvarenbeek wandelde ik nu eens hierheen dan weer daarheen en bezocht bij gelegenheid ook een keer Diessen, dat aan de Nemer ligt. Dat dorp valt eigenlijk onder de eerstgenoemde plaats. Er is een grote kerk met een fraaie, spitse toren. De kerk is aan St.-Willibrord gewijd. Iedere kerk in de Meierij is aan een bijzondere heilige gewijd. Maar niet alleen dat, ook moet ieder dorp, elke schutterij, iedere persoon een patroonheilige hebben. Dat is immers goed? Zo hebben de heiligen wat te doen, want iedere sint moet nu behoeden, beschermen en beveiligen wat aan hem is toevertrouwd. Ieder heeft zo zijn werk, anders zou hij maar lanterfanten en dat kan toch niet. Hoe verstandig is dit dus allemaal verzonnen!!
![]() |
| Ook het internet heeft een beschermheilige, Isidorus |
Ik word slaperig, een sein om de pen neer te leggen en naar bed te gaan. Het wordt tijd ook, want het is bijna middernacht. Daar ligt de pen! Ik ga slapen!
Vervolg
Ik zal je verder niets over Bladel vertellen, behalve dat ik hier nu al een paar dagen ben en van hieruit een flinke uitstap heb gemaakt via Hapert, Hoogeloon, Casteren, Wintelre en Oostelbeers naar Oirschot. Nu iets over deze dorpen.
Hapert ligt aan de Beerze, heeft een kleine kerk en een watermolen op genoemd riviertje. Hoogeloon heeft de nieuwsgierige wandelaar niets bijzonders te bieden en in Casteren zie je een vervallen kerk. Dat is alles, behalve dat de overlevering over deze drie dorpjes het volgende te melden heeft: de eerste Romeinse keizer, Julius Caesar, zou met zijn troepen tot de eerste plaats zijn opgetrokken, toen hij in de Meierij was. Hier ontstond toen een opstand onder de manschappen, zodat het begon te haperen, en men noemde dit dorp Hapert. Om zijn leger tot bedaren te brengen, moest hij hun soldij of loon verhogen. Intussen was hij verder opgerukt tot Hoogeloon, dat daaraan dus zijn naam ontleend zou hebben. Toen alles ten slotte weer bedaard was, sloeg hij zijn kamp op in Casteren, dat dus afgeleid is van het Latijnse woord castra, dat legerplaats betekent. Wat vind je van dit verhaal? Is het niet een stuk leuker dan waarschijnlijk?
Meer lezen:
Bladel,
Brief 5 (reis 2),
Brieven (reis 2),
Casteren,
Diessen,
Hapert,
Hilvarenbeek,
Hoge Mierde,
Hoogeloon,
Hulsel,
Lage Mierde,
Oirschot,
Oostelbeers,
Reis 2,
Reusel,
Wintelre
Abonneren op:
Posts (Atom)

