Posts tonen met het label Brief 12. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brief 12. Alle posts tonen

donderdag 17 november 2011

Nergens dommer dan in Bakel


'Het Overschot' in Bakel (bron: De Peel, een tocht langs dorpen en heerlijkheden)

Twaalfde brief, deel 6

Van Deurne ging ik op weg via Bakel, dat beslist het hoogstgelegen dorp van de Meierij is. Nergens tref je dommere inwoners aan dan hier. Ze zijn verder net zo bijgelovig als ze dom zijn en ook net zo haatdragend tegenover de hervormden. Nergens doet men meer zijn best dan hier om onder de geuzen zieltjes te winnen en daarmee afvalligen of slechte mensen te maken. Het is hen nu en dan ook nog wel eens gelukt ook.

Nog steeds brandt er in de roomse kerk een lamp ter ere van een hervormde (en voor zijn zielerust), omdat die een paar jaar geleden, vlak voor zijn dood op zeer hoge leeftijd de roomse leer heeft omhelsd. Maar dit branden van een lamp voor een afvallige geus is volgens mij overbodig, want zo iemand gaat toch zeker linea recta, dus vrijgesteld van het vagevuur, naar de hemel.

Intussen staat het vast dat tot nu toe geen enkele hervormde in de Meierij het roomse geloof heeft aanvaard, of er viel niets positiefs te zeggen over zijn levenswijze, of hij deed het uit vuil winstbejag en eigenbelang. Hoe oprecht dan zo’n bekering is, kan iedereen wel voor zichzelf bedenken. In Bakel beweegt men ook al hemel en aarde om de hervormden hun kerk af te nemen. Hier heb je dus weer een brief, die je verzekert dat ik niet zal ophouden om steeds aan je te denken en dus onveranderlijk je vriend te blijven.

Ik ben enz.

dinsdag 15 november 2011

Onze Lieve Vrouw van Ommel

Zo moet de kapel in Ommel er ongeveer hebben uitgezien in de 15e, 16e
en 17e eeuw. Meer informatie: Dorpsraad Ommel

Twaalfde brief, deel 5

In oude tijden (zie hier een geloofwaardig mirakel!) deed een schipper die op zee door een vliegende storm werd overvallen, een belofte aan Maria: als hij behouden zou worden, zou hij hier een kapel stichten. De storm bedaarde tenslotte en dat was het werk van Onze Lieve Vrouw van Ommel. De schipper hield woord - tsja, dat hoorde zo, want belofte maakt schuld - en stichtte een kapel ter ere van dit wonder. Deze gebeurtenis werd ook ter eeuwige herinnering op de buitengevel van de kapel geschilderd (men ziet er tegenwoordig nog steeds wat contouren van), zodat iedere voorbijganger dit wonder zou vereren.

Het domme volk zit hier nu voortdurend voor die kapel te knielen en kruipt er rond, intussen wat onzevaders en weesgegroeten prevelend. Dit wonderdadige beeld zou in de allervroegste tijden in een of andere lindeboom gestaan hebben, die nog steeds tussen Asten en Ommel langs de weg staat, en die daardoor heilig is. Men bidt ook vaak onder deze boom en kruipt er voortdurend op zijn knieën rond, zoals je duidelijk kunt zien. Elke roomse die deze heilige boom passeert, neemt eerbiedig zijn hoed ervoor af. In Holland zijn we niet zo beleefd, dat we bomen groeten.

Dicht bij Asten, in de Peel, ontspringt de rivier de Aa. Zij stroomt door een groot deel van de Meierij en verenigt zich in Den Bosch met de Dommel om dan onder de naam van Dieze bij Crèvecoeur in de Maas uit te monden.

donderdag 10 november 2011

Dwaallichten in het Peelmoeras

Dwaallichtjes boven een moeras (meer informatie)

Twaalfde brief, deel 4

Ik moet je ook nog een dom en bijgelovig trekje van de roomsen in Deurne schetsen, dat puur op onwetendheid berust. Men ziet in de Peel vaak dwaallichten, omdat het een moeras is en moeraslucht licht ontvlambaar is. Men noemt die dwaallichten hier stalkaarsen. Men houdt ze voor ongedoopte kinderen en beklaagt hun ongelukkige lot, omdat zij tot aan de jongste dag moeten ronddolen, aangezien ze niet gedoopt zijn.

Je ziet hier ook wel eens grote vuurballen of -zuilen rondzweven die uit fosforhoudende stof bestaan. Men noemt die hier gloeiende mannen en denkt dat het verdoemde mensen zijn die als straf voor hun misdaden moeten ronddwalen. Ze komen, aldus het bijgeloof, van het kerkhof, maar dan zijn ze nog zwart of onzichtbaar. Zodra ze echter in de Peel zijn aangekomen, moeten ze branden. Als men ze ziet, slaat men een kruisteken als een probaat middel om niet door hen gekweld te worden.

Dit alles vloeit voort uit onkunde over de natuurlijke oorzaken. Die onwetendheid wordt door het roomse bijgeloof nog veel erger. Wat men hier ook tegenin brengt, niets kan hen van mening veranderen, zodat men wat betreft de domheid, het bijgeloof, de verbitterde vervolgingszucht en de dweperij van de roomsen in de Meierij wel mag zeggen:

Droom rustig, mensenvriend, dat je de roomsen kunt veranderen,
Die dwepers opschranderen,
De domheid hervormen,
Vervolgzucht bestormen.
Droom rustig dat je ze kunt overtuigen.
Een roomse gaat zijn gang, geen geus kan hem ooit buigen!

Toen ik in Deurne verbleef, heb ik een keertje het dorpje Ommel bezocht. Het is eigenlijk een buurtschap van het mooie dorp Asten. Ook in dit kleine plaatsje heeft het bijgeloof zich tegenwoordig op de troon gehesen. Er staat hier een kapel die nog zeer recentelijk door de hervormden werd gebruikt. Nu is die hen ontnomen en terecht natuurlijk, want wie zou een heilige kapel, vroeger beroemd vanwege een wonderdadig Mariabeeld, in het bezit van ketters laten? Dat zou een doodzonde zijn!

dinsdag 8 november 2011

Geuzen zijn maar ketters

Twaalfde brief, deel 3

Hier heeft men meer dan eens de hervormden tijdens hun eredienst proberen te storen door het luiden van de klokken en het begraven van doden. Ja, er kwam zelfs regelmatig een grote massa de kerk in, die een vreselijk kabaal maakte. Men schrok er niet voor terug om te ruzieën en te schelden, alleen maar om de geuzen hun verering van het Opperwezen onaangenaam te maken.

Dit kwam uit niets anders voort, dan dat het volk het niet kon hebben, dat zij de kerk niet snel genoeg naar hun zin in bezit konden krijgen, terwijl die hun volgens de verzekering van hun priester rechtmatig toekwam. Het is toch ook hard, mijn beminde vriend, om een gewijde kerk in het bezit te zien van die verdomde ketters? Nietwaar?

Deurne heeft altijd een grote wrok gekoesterd tegen de hervormden. In de vorige eeuw heeft men hier de eerste hervormde schepen vermoord, puur omdat hij gereformeerd was, zoals zijn grafschrift op een zerk voor het koor in de kerk duidelijk laat zien. Ik heb dat grafschrift overgeschreven, maar ik kan het nu niet vinden tussen mijn aantekeningen. Misschien heb ik het verloren, maar als ik het weer in handen krijg, zal ik het je bij gelegenheid wel sturen.

Alle roomsen denken zo: geuzen zijn maar ketters, dus die mag men gerust van het leven beroven. Dat een hervormde gelijk staat aan een ketter, kun je zien in het Franse woordenboek van de abt Danet, die het woord Huguenot verklaart als Heretique, Calviniste. De overigens geleerde Jezuïet Petavius noemt de grote Luther een opperketter en de vader der opperketters, en ook andere hervormers zet hij op de ketterlijst.

dinsdag 1 november 2011

Het Deurnese mirakelbed

Twaalfde brief, deel 2

Maar bovenal heeft hij bij wijze van groot heiligdom een mirakelbed gekocht, een bed dat wonderen zou verrichten, maar wat voor wonderen? Ik heb het nog niet mogen vernemen. Dit bed bewaart hij als een onschatbaar heilig voorwerp in zijn huis. O wat een domheid! Wat een bijgeloof! - Maar hoe dan ook, dit bed zal in de toekomst wel degelijk wonderen aanrichten, namelijk in de beurs van de priester en in die van zijn leken. De eerste zal er door worden gevuld en de andere zullen erdoor geleegd worden, want wie zou niet graag geld geven aan heeroom om dit bed te mogen aanraken of kussen (want om er in te slapen, dat zal niet mogen gebeuren).

In Deurne wonen op dit moment ook veel nonnen uit een opgeheven klooster. Ze hebben hier een huis gehuurd en geven ook een pater onderdak. In een van de vertrekken hebben ze, zo zegt men, een altaar waaraan de pater de mis opdraagt. Ik heb hier en daar in de Meierij gevluchte monniken en andere zogenaamde geestelijken in het openbaar zien bedelen. Velen houden zich hier op, want in de Meierij staat men een roomse geestelijke alles toe, ook al is dat strijdig met de vroegere of huidige wetten. En dat terwijl men aan de andere kant een hervormde nauwelijks een teug water gunt en hem juist op allerlei manieren vervolgt, zoals je al hebt gezien aan al die voorbeelden die ik je naar waarheid (maar dan nog afgezwakt) heb gegeven.

donderdag 20 oktober 2011

De lompe pastoor van Deurne

Twaalfde brief, deel 1

Beminde vriend!

Ik heb je in mijn vorige brief laten kennismaken met de bijzonderheden van Deurne, en nu moet ik je ook iets zeggen over de bewoners van dit dorp. Dat hoort immers zo? Dom bijgeloof en wrokkige onverdraagzaamheid heersen hier heel erg. Niemand is meer verbitterd over de hervormden dan de plaatselijke priester, een domme, bijgelovige en lompe kerel. Vanwege zijn bittere haat is hij in de hele Meierij berucht. Ja, hij wordt zelfs veracht door sommigen van zijn ambtgenoten in de andere dorpen die met meer verdraagzaamheid optreden dan hij.

Deze priester wil absoluut in het bezit komen van de kerk der hervormden, ofschoon de roomse kerk een jaar of zes, zeven geleden geheel en heel mooi vernieuwd is. Zijn parochianen heeft hij helemaal aan zijn kant, omdat hij er niet tegenop gezien heeft om voor hen het tijdstip te bepalen waarop ze “in gloria” de eerste plechtige eucharistie in de grote kerk zullen vieren en hij een plechtig Te deum zal laten zingen. Maar tot nog toe is het die stomme, bijgelovige kerkebaas niet gelukt en heeft hij zijn doel nog steeds niet bereikt, al maakt hij geweldig veel lawaai en vloekt en tiert hij vreselijk (ik heb hem dat zelf horen doen).

Intussen heeft hij wel al allerlei ornamenten, zoals een preekstoel, altaren, biechtstoelen en andere kostbaarheden van de uitgestorven kloosters in Brabant laten aanschaffen en die spullen tegen de zin in de hervormde kerk laten opslaan. Hij doet alles gewoon zoals het hem goeddunkt. Wat vind je daar toch van, mijn beste S...! Hij heeft ook een steen gekocht die de apostel Petrus als oorkussen gebruikt zou hebben. Die steen, zo verzeker ik je, heeft wat moeten kosten!