Posts tonen met het label Brief 17 (reis 2). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brief 17 (reis 2). Alle posts tonen

dinsdag 7 mei 2013

Oorlogsellende

Zegel van Sint Oda, circa 1230 (collectie BHIC, nr. SOE1039)

Zeventiende brief, deel 3

Maar laat ik doorgaan: Sint-Oedenrode zou in vroeger tijden een graafschap zijn geweest en Hilvaris, een zekere gravin die hier gewoond zou hebben (anderen noemen haar een dienstmaagd van Oda; dat is maar een klein verschil. Of kan dat samengaan?) zou hier de kapittelkerk gesticht hebben, en tegelijk een college van negen wereldlijke kanunniken. In deze kerk zou vroeger haar grafschrift te zien zijn geweest, bestaande uit rampzalige Latijnse monniksverzen:

Nobilis hac fossa sunt Hildewaris hic ossa
De Rode et Beke Dominiae, Rodae Comitissae
Ecclesias hanc et de Beek, quae virginis Odae
Translatus anno, fundavit septuageno
Van Amelroijen solus resident Everadus
Est hic canonici vice fungens atque decani
Huc fuerant de quo haec primum clausa sepulchre
Ter septeno quingento transtuli anno:
Nam lapidum quadro tumulata sub assere muro
Huius porticui iacebant vicinia templi.

Deze Hilvaris of Hildewaris zou ook de stichteres geweest zijn van het kapittel der kanunniken, dat van oudsher in Hilvarenbeek gevestigd was, welk dorp zijn naam aan haar hebben ontleend, zoals ik je al heb verteld.

Nu over wat de geschiedenis over Sint-Oedenrode oplevert. Veel bijgelovige, roomsgezinde schrijvers, die in de domme tijden van het bijgeloof de levens van alle Meierijsche heiligen hebben beschreven, noemen St. Oda met geen enkel woord. Ze lijken haar niet te kennen. Daarentegen zwijgen anderen weer als het graf over Hildewaris of Hilvaris, zodat alles met betrekking tot deze heiligen behoorlijk onzeker is.

Ik voeg daar de lotgevallen van deze plaats aan toe. In 1542 werd dit mooie dorp door de Geldersen helemaal platgebrand. In 1572 werd het door het krijgsvolk van de prins van Holstein leeggeplunderd. In 1576 werden hier veel huizen door het garnizoen van Bommel verwoest. In 1581 vernielde het garnizoen van Heusden er honderdtien huizen. In 1583 liet de baron van Ysselstein de beide kerken in brand steken. In 1587 werd het dorp opnieuw door de krijgsmacht van de bondgenoten geplunderd. Wat een reeks van rampen! Hoeveel ongeluk heeft dit dorp moeten verduren en nog wel binnen zo weinig jaren!

Tegenwoordig heerst hier veel onenigheid onder de roomsen vanwege de kerken. Men heeft meningsverschillen over welke kerk men van de hervormden af moet nemen. De ene partij wil de kapittelkerk hebben, de andere de parochiekerk. Dat is afhankelijk van hoe dicht men bij de ene dan wel de andere kerk woont. Men heeft er hier geweldig over getobd, maar die hartstocht, ook om een van die kerken in handen te krijgen, is momenteel aanmerkelijk aan het bekoelen.

Nu weet je al weer wat meer over Sint-Oedenrode dan duizenden andere mensen (als je deze brief gelezen hebt, tenminste). Ik kan deze brief dus wel afsluiten, want het wordt de hoogste tijd om hem vandaag nog met de post weg te krijgen. Misschien komt hij wel te laat. Ik noem me in grote haast, je beste Vriend!

donderdag 2 mei 2013

Over Oda

Beeld van de heilige Oda
Zeventiende brief, deel 2

Laat ik je nu vertellen wat de legende en de overlevering, en wat de ware geschiedenis van dit dorp te zeggen hebben. De eerste twee vertellen dat Oda, een maagd en wel de dochter van een zekere koning uit Schotland, tijdens een pelgrimage hier gewoond zou hebben en begraven zou zijn. In het jaar 713 zou zijn heilig zijn verklaard. Van haar zou het dorp eerst de naam Odenburg gekregen hebben (ik zou eerder denken dat het Godenburg had moeten zijn, van alle goden of heiligen die hier vereerd zijn geweest, zoals je wel kunt afleiden uit al die gewijde kerken en kapellen) en later die van Oden- of Oedenrode.

Of zou er niet een andere reden voor die benaming gevonden kunnen worden, mijn vriend? Want er zijn meer namen van dorpen in de Meierij die op rode eindigen, zoals Middelrode en Nistelrode. Zou het eerste deel van die naam niet Hoogduits kunnen zijn (we hebben immers al gezien dat er veel woorden uit die taal in de Meierij gebruikt worden), want od, oede, öde betekent in die taal woest. Dan zou het dus hetzelfde zijn als Woestrode en die naam past heel goed bij dit dorp vanwege zijn  bossen en heidevelden. Dan kan zelfs de hele legende over die heilige vervallen, welk verhaal overigens ook zeer op losse schroeven staat, zoals ik je straks zal aantonen.

Misschien heeft de een of andere domme monnik, die het woord oede niet kende in de betekenis van woest of wild, er een sanctin van gemaakt? Op die manier zijn immers veel roomse heiligen in de wereld gekomen.* In Duitsland vind je veel plaatsen die met dit woord zijn samengesteld, zoals Oedenburg, Odenkirchen en andere. Of zouden die ook al naar deze heilige Oda zijn genoemd? Is dat wel aannemelijk? Zijn er wellicht nog meer heiligen van die naam geweest? Waarom heeft men dit dorp met zijn vernoeming naar Oda dan niet liever Oden- of nog beter Odarode genoemd?

Maar stil nu! Laat mij niet teveel vragen stellen! Misschien weet ik wel een oplossing: St. Oda droeg misschien ook wel de naam Oeda, dus dan is het om het even of men Oden- of Oedenrode zegt. Slim bedacht, niet waar?

*) P. Hofstede, Over het klein getal der echte Martelaren, p. 24 en volgende.

dinsdag 30 april 2013

Op naar Sint-Oedenrode

Oudst bekende afbeelding van de knoptoren, circa 1600

Zeventiende brief, deel 1

Hooggewaardeerde vriend!

Ik had inmiddels alle dorpen van de Meierij, althans de voornaamste, bekeken. Er schoot er nog één over, en wel een groot dorp, de hoofdplaats van Peelland. Ik bedoel Sint-Oedenrode. Tijdens mijn vorige reis en ook gedurende deze, lag mij dat dorp steeds teveel uit mijn route, maar het speet me tot nu toe nog altijd dat ik dit dorp niet had gezien. Omdat ik nog dacht een tijdlang in Den Bosch te verblijven, zoals ik je in mijn laatste brief schreef, kreeg ik veel zin om een uitstapje te maken naar dat dorp en een wandeling te ondernemen; het ligt immers maar vier uur gaans van deze stad af. En zo gezegd, zo gedaan.

Zo ging ik een paar dagen geleden ’s ochtends zeer vroeg de stad uit, wandelde langs de Pettelaar (die ken je al uit mijn vorige reis) over Sint-Michielsgestel naar Sint-Oedenrode. Ik arriveerde daar heel vroeg. De weg die ik gelopen had, was zeer aangenaam en mij dus niet lang gevallen. Laat me je dan nu iets over dit dorp vertellen. Ik ben er een paar dagen gebleven, om alles nauwkeurig te kunnen opnemen.

Sint-Oedenrode is een zeer mooi, groot en uitgestrekt dorp. In het centrum, bij het marktveld, is het zeer aangenaam bebouwd en de huizen liggen daar heel dicht bij elkaar. Dit dorp ligt heel lieflijk aan de Dommel, die er deels doorheen stroomt. Op deze rivier ligt een mooie watermolen. Er zijn twee kerken. De ene ligt in het belangrijkste deel van het dorp, aan de linkeroever van de Dommel, is vrij groot en gewijd aan St. Oda. Dit is de zogenaamde kapittel- of collegiale kerk. De andere ligt aan de rechteroever van de rivier, maar veel verder daarvan af dan de eerste. Ook deze is heel groot en voorzien van een mooie, hoge toren met een grote knop. Dit is de parochiekerk, van oudsher aan St. Martinus gewijd. Daarom wordt deze kerk ook nu nog de Sint Maartenskerk of ook wel knopkerk genoemd, vanwege de knop op de toren.

In Olland, een gehucht van deze plaats, was vroeger een kapel van St. Antonius, maar die is omgebouwd tot een huis voor de schoolmeester die daar woont. In Eerde, een ander gehucht, zie je nog de kapel van St. Petrus, die tegenwoordig als school wordt gebruikt. Je vindt hier nu nog zeer veel kastelen, allemaal aangenaam gelegen. Het zijn de oude verblijfplaatsen van edelen die gewoon waren zich hier op te houden. Sint-Oedenrode zelf is zeer dicht beplant met allerlei houtgewas. Je vindt er ook veel bossen, waardoor er hier veel lieflijke en plezierige wandelwegen zijn.