Posts tonen met het label Rosmalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rosmalen. Alle posts tonen

dinsdag 16 april 2013

Het mirakel van Coudewater

Huize Coudewater te Rosmalen (bron: Kasteelbeer/Wikimedia Commons)

Zestiende brief, deel 2

In de vijftiende eeuw woonde hier een boer die eigenaar was van een hoeveelheid bijenkorven. Het gebeurde eens dat hij ’s nachts op stond en naar zijn bijenstal ging. Daar aangekomen hoorde hij uit een van die korven zo’n lieflijk en hemels gezang komen dat hij er verbaasd over stond (welnu, dat is geen wonder!). Maar er gebeurde nog meer. Omdat de boer nieuwsgierig was, keerde hij de korf om waaruit die wonderbaarlijke bijenmuziek klonk en hij zag... (hij keek als een snoek op zolder) boven in die korf een klein kerkje en twee kloostertjes, gemaakt van de allerwitste was, die door zingende bijen bewaakt werden. Nadat de boer alles vol verbazing had bekeken, loopt hij meteen naar heeroom en vertelt hem alles. De priester treft alles precies zo aan, als de boer hem gezegd had, nadat hij zich met een massa volk snel daarheen had begeven.

Dit wonder gaat als een lopend vuurtje rond. Iedereen ging er naar toe om te kijken. Binnen een cirkel van tien uur gaans bleef geen oud wijf bij haar spinnewiel. Uiteindelijk bereikt het gerucht Holland (men geloofde daar toen nog wat makkelijker in wonderen dan in onze dagen) en de oren van een rijke, adellijke weduwe, Milla van Kampen. Zij was door een goddelijke ingeving al vaker aangespoord een klooster te stichten. Ze trekt meteen naar Rosmalen, koopt het land van die boer, bouwde er het genoemde klooster op en liet het hoofd- of hoogaltaar precies neerzetten boven de plaats waar die wonderbare bijenkorf had gestaan. Was dat niet genoeglijk?

De roomsgezinden die hier in de buurt wonen, geloven dit vertelsel nog steeds zonder ook maar de geringste twijfel en bezoeken de plek vaak uit eerbied voor het heilige mirakel, dat daar gebeurd is. Hier heeft nog een ander vrouwenklooster gestaan, van de orde van de H. Augustinus. Het droeg de naam van Annaburg en werd in het begin van de zestiende eeuw gesticht.

Rosmalen is een zeer zandig dorp, dat echter in de winter, als de Maas een hoog peil bereikt, vaak onder water staat. Hierover heeft men in de Meierij het volgende gezegde:

“Rosmalen is een arm land,
’s winters in het water en ’s zomers in ’t zand.”

Reeds lang voor de stichting van Den Bosch zouden de Geldersen al hun paarden hierheen hebben gebracht om die op een bepaalde tijd aan de Brabanders te verkopen. Daarnaar zou dit dorp Rosmalen genoemd zijn, dat wil zeggen: een paardenmarkt. Want ros betekent paard en maal of malen zou een markt zijn, tenminste dat zegt men.

donderdag 11 april 2013

Langs de Maasdorpen

Het Hof van Kessel (bron: collectie Rijksmuseum)

Zestiende brief, deel 1

Mijn vriend!

Ik wilde gisteren een grote wandeling maken en daarom verliet ik Oss zeer vroeg in de ochtendschemering. De zon was nog niet boven de horizon uit, toen ik mij al op weg begaf. Ik bezocht die dag de zes Maasdorpen, zo genoemd omdat ze allemaal langs die rivier liggen. Lithoijen heeft niets bijzonders, Lith is het meest aangename dorp langs de Maas. Van Lith ging ik naar Kessel, een klein dorp waar nog een oud kasteel, het Hof genaamd, te zien is. Ook hier hebben de roomsen zich van de kerk der hervormden meester gemaakt. Zo wandelde ik steeds verder naar Maren.

Hier heeft men in 1777 een heupbeen van een zeer grote olifant opgegraven en tegelijk daarmee de bovenkaak van een jonge olifant, waar de kiezen nog in vast zaten. Hoe zijn die hier in de grond gekomen? Zouden ze nog een overblijfsel zijn van de Zondvloed of van een latere overstroming? Of is het niet waarschijnlijker dat dit nog overblijfselen zijn uit de tijd van de oude Romeinen, die zeker olifanten in hun leger kunnen hebben gehad. En als zij op het eiland van de Batavieren (de Bommelerwaard) zouden zijn geweest, is die overtuiging dan niet nog veel waarschijnlijker? Immers Maren wordt slechts door de Maas van deze waard gescheiden.

Te Alem sloeg enkele jaren geleden de bliksem in de kerk, precies tijdens de eredienst. De predikant werd door de bliksem op de bodem van de kansel gedrukt, maar liep verder geen letsel op, net zo min als iemand onder zijn toehoorders. Empel is klein en heeft niets opmerkelijks. De kerken van deze zes dorpen zijn allemaal klein en bijna van dezelfde bouwstijl, al is die van Lith de mooiste. Geen van die kerken is heel oud.

Van Empel wandelde ik naar Rosmalen, waar ik overnachtte. Een middelmatige kerk en toren sieren deze plaats redelijk op, maar voor de rest is het geen mooi dorp. In het jaar 1434 werd hier een klooster ter ere van de H. Brigitta gesticht. Tegenwoordig is hier echter niets meer te zien, dat nog op een klooster lijkt, terwijl het toch de naam van Klooster Coudewater draagt. Het is nu eigendom van particuliere bezitters.

Dit klooster werd zowel door mannen als door vrouwen bewoond, hoewel het eigenlijk een vrouwenklooster was. Slechts een muur scheidde deze broedertjes en zustertjes van elkaar. Zie hier wat voor een bericht mij over de stichting van dit klooster is meegedeeld! Het belachelijke sprookje dat aanleiding gegeven zou hebben tot de bouw van dit klooster zal ik hierbij voegen, hoewel het ook bij oude schrijvers te vinden is* Het luidt als volgt:

*) Men vindt dit verhaal onder andere bij J. van Oudenhoven, Beschrijving van de Meijerije van ’s Hertogenbosch, p. 94.