Posts tonen met het label Brief 3 (reis 2). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brief 3 (reis 2). Alle posts tonen

dinsdag 9 oktober 2012

Antisemitisme in Oisterwijk

Verkeersbord tijdens de Tweede Wereldoorlog, ergens aan de komrand van
 de gemeente Oisterwijk met als extra opschrift "beperkte bewegingsvrijheid
voor Joden (bron: RAT)

Derde brief, deel 4

Ik heb hier iets gezien wat mij met afgrijzen vervulde. Ziehier wat ik bedoel: voor de herberg waar ik verbleef, stonden een paar joden op straat met elkaar te praten. Ze deden niemand kwaad. Enkele roomsgezinden die zich samen met mij in die herberg bevonden en deze israëlieten zagen, gaven met woorden en gebaren zeer duidelijk uiting aan hun haat jegens deze mensen, die hen niets hadden gedaan. Ze spuugden met een diepe verachting op de grond telkens als ze hun oog op de joden lieten vallen, trokken allerlei lelijke gezichten, vloekten op ze en noemden ze “verdomde smousen”, terwijl ze hen allerlei kwaads toewensten.

Het irriteerde mij mateloos, maar het leek me niet raadzaam om die joden te verdedigen, hoe graag ik dat ook had gewild. Ik hield me muisstil, want ik dacht dat men mij anders wel met krachtige redenen ervan overtuigd zou hebben, dat het een geus niet past de zaak van een israëliet te bepleiten. Best te zwijgen, dat was alles waarmee ik enigszins ongemoeid kon blijven.

Maar hoe hard valt dat niet voor een weldenkend mens, die onschuldigen hoort belasteren, vervloeken en alle kwaads toewensen, zonder dat hij ze durft te verdedigen, uit vrees! Kan zo’n religie, die anderen vervloekt en verdoemt, wel de religie van de menslievende Jezus zijn? Beslist niet!

Ik beëindig deze brief met de verzekering dat ik mij onveranderlijk zal blijven noemen, jouw beste
Vriend.

P.S. Omdat ik nog een beetje ruimte over heb, wil ik je hier een gebedje meedelen, dat ik onder de zogenaamde huiszegen van de roomsen gelezen en overgeschreven heb. Dan kun je makkelijk oordelen over de inhoud van het geheel, die geen haar beter is, maar zelfs nog erger! Kijk, zo luidde het:

O Heer Jesu Christe! Door uw dierbaar bloed
Uw passie, kruis, nagelen en bittre dood,
Lancie, geesselen, traanen en wonden rood
Die moeten mijne arme ziel troosten in haaren uiterste nood
Als ik zal sterven de bittre dood. Amen.

donderdag 4 oktober 2012

Een roomse samenzwering in Oisterwijk

Hoe oud de Lindeboom in Oisterwijk precies is, kan niet met zekerheid
worden vastgesteld, maar in 1388 werd hij al vermeld (bron: RAT)

Derde brief, deel 3

Vanuit Haaren spoedde ik mij verder. Onderweg gebeurde er niets. Ik wandelde geheel in mijn eentje, dus ik had ook geen gelegenheid om met iemand te spreken en daardoor iets van belang te horen. Oisterwijk is een mooi dorp en, zoals je al wel weet, de hoofdplaats van een deel van de Meierij, dat daar ook zijn naam aan ontleent. Hier stond vroeger een vrouwenklooster, gesticht in 1451. Het brandde in 1574 af en is niet meer herbouwd. De kerk van dit dorp werd in het jaar 1583 geheel in de as gelegd en daarna weer wel opgebouwd, al is hij tegenwoordig niet meer zo groot als de oude. Maar het is wel een fris gebouw.

Je vindt hier een zeer grote lindeboom, waaronder de botermarkt wordt gehouden. Ongetwijfeld is dit de grootste boom van ons vaderland. Zijn takken strekken zich zeer wijd en breed uit en men zegt dat er een compleet regiment soldaten onder kan schuilen.

De roomsgezinden hebben het hier in vroeger tijden zeer bont gemaakt. In het jaar 1728 dachten ze hier alles in hun macht te krijgen. Ze probeerden daarom met geweld in het huis van de predikant in te breken en daar het centrum van hun woede te vestigen. Maar dat plan werd op tijd verijdeld. Begin dit jaar werden afgevaardigden van achttien of twintig roomse parochies hierheen gestuurd om manieren te bedenken waarop men de kerken van de hervormden in bezit zou kunnen krijgen. Maar ik ben er niet achter kunnen komen wat de uitkomst van deze beraadslagingen is geweest, men houdt dat diep geheim. Waarschijnlijk is men het niet eens kunnen worden.

dinsdag 2 oktober 2012

Over de waarde van bedevaarten

Een Vughtse groep ter bedevaart naar Kevelaer
(Bron: collectie BHIC, nr. FOTOVU.1212)

Ik moet hier nog aan toevoegen dat iedere roomse Meierijenaar zeker één keer, als hij het ook maar enigszins kan opbrengen, een bedevaart onderneemt naar Handel, en, als hij de kosten kan dragen, vooral naar Kevelaer. Want hoe verder men reist, hoe verdienstelijker dat is, dat spreekt immers voor zich. Net zoals het ene Lieve-Vrouwenbeeld (dat moet je beslist niet uit het oog verliezen) veel ‘miraculeuzer’ (zoals men hier zegt) is dan het andere. Ook is Maria almachtiger op de ene plaats dan op de andere. Dit denkbeeld gaat immers heel goed samen met het idee van de Almacht? Ik dacht altijd dat de Almacht overal hetzelfde zou zijn, maar dat had ik mis: men vertelde mij dat dat helemaal anders zat. O, dom en dwaas bijgeloof!

Intussen zijn de priesters in de Meierij geweldig tegen die bedevaarten, maar alleen maar uit eigenbelang, zoals verschillende roomsgezinden mij verzekerden. Want het geld dat naar die bedevaartplaatsen wordt meegenomen en daar aan de priesters wordt gegeven, kunnen zijzelf dus niet hier in hun beurs krijgen. Je hebt geen idee, mijn vriend, van de domheid die er onder de roomsen in de Meierij heerst!

Iemand die deze godsdienst belijdt, kan van alles geloven, en wil ook graag alles voor zoete koek aannemen, al is het nog zo ongerijmd, op voorwaarde dat het maar door een priester wordt gezegd, of als het maar in een roomse plaats is gedrukt. Een boek dat in een protestants land is uitgegeven, kan echter nooit waarheid bevatten, als het ook maar iets over religie zegt. Maar genoeg hierover, laat ik verder gaan...

dinsdag 25 september 2012

Plaatjes van Maria

Centsprent van na 1850, uitgegeven door Verbeeck in Kevelaar
(Bron: www.hetoudekinderboek.nl)

Derde brief, deel 1

Hooggewaardeerde vriend!

Deze brief dient om je te laten weten waar ik me nu bevind. Ik ben nu sinds een paar dagen in Oisterwijk. Mijn route koos ik over Udenhout, waar je zeer veel grote en mooie bossen aantreft. Er is ook een kasteel en de hervormden hebben er een mooi, zeer keurig koepelkerkje dat recent gebouwd is. Dat is alles wat ik je ervan kan zeggen. Ik bleef er niet, maar wandelde door naar Haaren, waar niets bijzonders te vinden is voor de nieuwsgierige reiziger. Hier dronk ik een borrel en rustte wat uit.

In de herberg waar ik mijn glaasje jenever bestelde, zag ik een afbeelding van het Mariabeeld in Kevelaer, een dorp in Pruisisch Gelderland. Boven die afbeelding las ik de volgende woorden: Consolatrix afflictorum ora pro nobis! [troosteres der zieken, bid voor ons!] En eronder stonden deze vier regeltjes:

Komt pellegrims met vlijt, wilt deeze Maaget eeren!
Zoo hoort zij uw gebed, eer gij zult wederkeeren.
Zij is een Voorspraakres voor ons toch allegaêr;
Daarom bezoekt deez’ plaats, en komt tot Kevelaar!

Wat vind je daar nu van? Overal in de Meierij vind je bij de roomsen afbeeldingen van dit Mariabeeld, of anders wel van de Lieve Vrouw van Handel (met die plaats heb ik je verleden jaar kennis laten maken), met allerlei bijschriften, zelfs godslasterlijke. Gewoonlijk staat erboven Vera effigies matris Jesu [ware afbeelding van de moeder van Jezus]; of ook wel matris Dei [moeder Gods], of vera effigies miraculosae imaginis matris Dei in pago Kevelaar [ware afbeelding van het miraculeuze beeld van de Moeder Gods in Kevelaer].

Ook zie je in iedere roomse woning een zogenaamde huiszegen hangen, dat is een afbeelding van de gekruisigde Christus, waarnaast een in vele opzichten Godonterend gebed te lezen valt. Naar aanleiding hiervan herinner ik me dat ik ooit, toen ik door Pruisisch Gelderland reisde, ergens langs de weg een groot, houten kruis tegenkwam met een beeld eraan. Daaronder las ik deze verzen, die mij beter bevielen dan de regels onder het Mariabeeld:

Dit beeld, o mensch!, dat Gij hier ziet,
Is Jezus Christus zelve niet.
Aanbid daarom geen hout en steen,
Maar Christus, God en Mensch, alleen.